WELKOM OP DE WEBSITE VAN HEEMKUNDIGE KRING 'DE OUDE VRIJHEID'

De naam Oude Vrijheid is als volgt te verklaren: omstreeks 1232 kreeg Rode van de Hertog van Brabant vrijheidsrechten en stadsrechten. 

Dorpen die door hun ligging of door andere omstandigheden economische centra werden, konden speciale rechten krijgen: vrijheidsrechten of zelfs stadsrechten. Zo'n plaats of vlek werd dikwijls een vrijheid genoemd. Bijna altijd hadden ze het recht om markten te houden en dus ook een marktplaats. Stadsrechten gaven het privilege om zelf de eigen plaats te mogen verdedigen en impliceerde soms een ommuring met stadspoorten of vergelijkbare versterkingen. In een aantal gevallen was een vrijheid ook een bestuurlijk centrum en was er een schepenbank (zo ook in Rode) die de rechtspraak voor de wijde omgeving verzorgde. Voorbeelden van plaatsen die stadsrechten hadden gekregen maar geen ommuring of stadspoorten hadden, waren Oisterwijk, Sint-Oedenrode en Waalwijk. 

Sint-Oedenrode maakte aanvankelijk deel uit van Gelre. In 1231 werd het verkocht aan de Hertog van Brabant. Het was de kern van het graafschap Rode. Tezamen met  Liempde, Son en Breugel, Veghel, Erp, Schijndel, Stiphout, Lieshout, Aarle-Rixtel, Beek en Donk, Bakel, Deurne, Lierop, Tongelre, Nuenen, Gerwen en Nederwetten is dit globaal het gebied dat later het noordelijk deel van het Kwartier van Peelland zou vormen. Sint-Oedenrode was hiervan de hoofdplaats, totdat die rol door Helmond werd overgenomen.
Aan de kerk van Sint-Oedenrode was een kapittel verbonden. De plaats had dus zowel op wereldlijk als kerkelijk gebied een bestuurlijke functie. Misschien speelde dit een rol in het besluit om de stad in 1232 stadsrechten te verlenen. Maar ook paste de nieuwe status in de strategie van de Hertogen van Brabant om met een reeks van steden de Hertogen van Gelre te imponeren.

Na 1232 verschoof de kern van het stadje van de buurtschap Eerschot, waar ook de oudste parochiekerk stond, naar Sint-Oedenrode. Dat kan onder meer verband hebben gehouden met de aanwezigheid van de Dommel die deze locatie als een lus omsloot, waardoor de nieuwe stad geen kostbare verdedigingswerken hoefde aan te leggen. Ook lag daar al een versterkte burcht. 

Na 1300 verliep de economische ontwikkeling voorspoedig. Dit was te danken aan het rijke agrarische gebied met grote hoeven. De opbrengst van de gronden in de wijde omgeving werd verkocht op de grote langwerpige marktplaats waar vanaf 1342 jaarmarkten plaatsvonden. Ambachtslieden werden aangetrokken om er zich te vestigen vanwege de mogelijkheden die stadsrechten nu eenmaal boden. Aan de Dommel werden twee watermolens opgericht. Deze ontwikkelingen stagneerden na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) waardoor een echte stedelijke ontwikkeling op een later moment is uitgebleven.

In 1403 kreeg ook het gedeelte aan de westkant van de Dommel vrijheidsrechten en werd de oostkant - het huidige Eerschot - voortaan 'de Oude Vrijheid' genoemd.

Bronvermelding: www.thuisinbrabant.nl