RODE (in de hoge middeleeuwen): HOOFDPLAATS VAN PEELLAND 

Hendrik I (zoon van Godfried III en Lutgardis van Sulzbach) was vanaf 1183 de eerste hertog van Brabant. Na Godfried III kwam de titel hertog van Neder-Lotharingen bij de hertogen van Brabant en had in feite geen betekenis meer.

Na de machtsovername omstreeks 1230, kocht Hendrik I in 1231 het geheel aan rechten en bezittingen van de graaf van Gelre en maakte hij de gunstig gelegen vesting Den Bosch hoofdplaats van dit nieuwe stuk Brabant. Het zou voortaan bekend staan als de Meierij van 's-Hertogenbosch, zo genoemd naar de hoofdschout of meier die als vertegenwoordiger van de hertog het gebied vanuit Den Bosch bestuurde. De Meierij bestond uit vier landstreken; zij vormden de vier kwartieren van de Meierij: kwartier Peelland met hoofdplaats Sint-Oedenrode (voormalige hoofdplaats van het graafschap Rode), kwartier Oisterwijk met hoofdplaats Oisterwijk, kwartier Kempenland met hoofdplaats Oirschot en kwartier Maasland met hoofdplaats Oss. De kwartierschout resideerde in de hoofdplaats. Omstreeks 1231-1232 kregen deze hoofdplaatsen van de hertog van Brabant vrijheids- of stadsrechten.

De Vrijheid Rode
De oorspronkelijke brief van de hertog, waarin hij aan RODE vrijheidsrechten schonk, bestaat niet meer. We moeten het nu doen met een al dan niet ingekort afschrift daarvan uit 1340. De tekst van dit in het Latijn geschreven stuk luidt in vertaling als volgt:

... Hendrik, door Gods genade hertog van Lotharingen, groet allen die deze brief zullen lezen.
Wij maken aan iedereen bekend dat wij aan onze geliefde mensen die in Rode wonen of er willen gaan wonen, dezelfde vrijheid schenken die wij aan onze burgers in Den Bosch hebben geschonken. Wij hebben dit door onze mannen (edelen) die hier in de omgeving wonen, onder ede laten bevestigen. En opdat niemand het zal wagen deze vrijheid te beknotten, of onze mensen die daar in vrijheid willen leven lastig te vallen, hebben wij deze brief laten schrijven en met ons zegel doen bekrachtigen ...
                                         Gegeven bij Den Bosch in het jaar ons Heren 1232

Wanneer een dorp in die tijd vrijheidsrechten kreeg, werd daarmee de kiem gelegd voor wat men later een stad ging noemen. Zo zijn, om enkele duidelijke voorbeelden te geven, de Brabantse hoofdsteden Leuven, Brussel, Antwerpen en Den Bosch als kleine Vrijheden begonnen, qua grondgebied beslist niet groter dan de Vrijheid Rode. Dat sommige van de Brabantse Vrijheden klein zijn gebleven en andere uitgroeiden tot een 'stad', in de latere betekenis van versterkte stad of vesting, is toe te schrijven aan een aantal toen nog niet te voorziene ontwikkelingen. Een gunstige ligging voor de opkomende handel of voor het oorlogsbedrijf van die tijd, een behoorlijk welvarend achterland en soms ook al dan niet geïnteresseerde bestuurders hebben daarbij een rol gespeeld.

Vrijheidsrechten betekende voor de inwoners van het dorp dat zij voortaan vrije burgers waren die een aparte stand gingen vormen naast de adel en de geestelijkheid. Zo werden in 1232 de inwoners van de Vrijheid Rode vrije burgers of poorters met een eigen bestuur, eigen wetgeving en een burgerlijke rechtspraak (schepenbank). Aan de kerk van Sint-Oedenrode was een kapittel verbonden. De plaats had dus zowel op wereldlijk als kerkelijk gebied een bestuurlijke functie.

Bijna altijd had men in een Vrijheid het recht om markten te houden en dus ook een marktplaats. Stadsrechten gaven het privilege om zelf de eigen plaats te mogen verdedigen en impliceerde soms een ommuring met stadspoorten of vergelijkbare versterkingen. Voorbeelden van plaatsen die stadsrechten hadden gekregen maar geen ommuring of stadspoorten hadden, waren Oisterwijk, Sint-Oedenrode en Waalwijk. 

Na 1300 verliep de economische ontwikkeling van Rode voorspoedig. Dit was te danken aan het rijke agrarische gebied met grote hoeven. De opbrengst van de gronden in de wijde omgeving werd verkocht op de grote langwerpige marktplaats, waar vanaf 1342 jaarmarkten plaatsvonden. Ambachtslieden werden aangetrokken om er zich te vestigen vanwege de mogelijkheden die stadsrechten nu eenmaal boden. Aan de Dommel werden twee watermolens opgericht. Deze ontwikkelingen stagneerden na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) waardoor een echte stedelijke ontwikkeling op een later moment is uitgebleven.

Note van de webmaster: dat in vroeger tijden men (ook) gebruik maakte van geschiedvervalsing - het moedwillig aanbrengen van onwaarheden in de geschiedschrijving - (meestal met politieke bedoelingen), kunt u lezen door op onderstaande link te klikken:

SINT-OEDENRODE_Hoofdplaats.pdf

     Geraadpleegde literatuur:    pater Wiro Heesters ss.cc.
                     'Sint-Oedenrode, Zwerftocht door een boeiend verleden'